Lieveheersbeest

Lady_4 Met haar tong uit haar mond klautert ze op handen en knieën op de stoelen links van mij. Haar enthousiasme om in de trein te zitten steekt nogal af bij de rest van de treinreizigers. Die stralen massaal verveeldheid uit en turen in krantjes met veel plaatjes en reclame. Of ze luisteren apathisch naar muziek die via witte dopjes hun oren in blaast.

Zij niet, zij nestelt zich naast haar moeder die aan het raam gaat zitten. Haar donkere haartjes zijn ingevlochten, ze draagt een rood spijkerrokje met een zwart truitje, zwarte maillot en zwarte Diesel gympies. Om haar pols een armbandje met een lieveheersbeest erop.

De moeder geeft haar een croissant in een zak. Het meisje houdt de zak met twee handen vast en hapt zo netjes mogelijk in het stuk croissant waar ze bij kan. Als dat op is wordt het moeilijk, dan moet ze het zakje een beetje omlaag schuiven om bij de rest van de croissant te kunnen. Heel voorzichtig probeert ze het, maar de zak glijdt omlaag en valt op de grond.

‘Sophie, niet met je eten spelen! Als je niet normaal kunt eten dan stop ik ‘m weer in m’n tas’, zegt de moeder. Die zag de zaksituatie niet, ze deed dingen met haar iPhone. Het meisje mauwt een beetje maar zegt verder niks. Ze hapt verder in de croissant.

Als die op is moet haar haar opnieuw gevlochten worden. Ze staat het zonder een krimp toe. Ze mag een filmpje op de iPhone kijken, wat niet werkt omdat de iPhone geen bereik heeft. Ze klaagt niet. De moeder wil van haar weten wat ‘lieveheersbeest’ in het Frans is. Ze zegt het accentloos.

Dan legt de moeder haar uit wat ‘koppig’ betekent. ‘Iemand die precies doet wat ie zelf wil. Iemand als Sophie dus!’ De moeder vraagt of ze niet even ‘If you’re happy and you know it‘ in het gangpad kan zingen. Ze doet het, fonetisch en met de goede bewegingen erbij. En of ze niet even naar de deur kan rennen. En weg is ze al. Maar dan moet ze niet meteen te enthousiast doen hoor, niet zo hard gillen zegt de moeder.

‘En ga je wel een beetje lief doen tegen oma als we zo in Amsterdam zijn’, zegt de moeder. ‘Je doet al de hele morgen zo raar.’

Foto The Pug Father

juli 14, 2009
By on 01:29
Lieveheersbeest

Lady_4 Met haar tong uit haar mond klautert ze op handen en knieën op de stoelen links van mij. Haar enthousiasme om in de trein te zitten steekt nogal af bij de rest van de treinreizigers. Die stralen massaal verveeldheid uit en turen in krantjes met veel plaatjes en reclame. Of ze luisteren apathisch naar muziek die via witte dopjes hun oren in blaast.

Zij niet, zij nestelt zich naast haar moeder die aan het raam gaat zitten. Haar donkere haartjes zijn ingevlochten, ze draagt een rood spijkerrokje met een zwart truitje, zwarte maillot en zwarte Diesel gympies. Om haar pols een armbandje met een lieveheersbeest erop.

De moeder geeft haar een croissant in een zak. Het meisje houdt de zak met twee handen vast en hapt zo netjes mogelijk in het stuk croissant waar ze bij kan. Als dat op is wordt het moeilijk, dan moet ze het zakje een beetje omlaag schuiven om bij de rest van de croissant te kunnen. Heel voorzichtig probeert ze het, maar de zak glijdt omlaag en valt op de grond.

‘Sophie, niet met je eten spelen! Als je niet normaal kunt eten dan stop ik ‘m weer in m’n tas’, zegt de moeder. Die zag de zaksituatie niet, ze deed dingen met haar iPhone. Het meisje mauwt een beetje maar zegt verder niks. Ze hapt verder in de croissant.

Als die op is moet haar haar opnieuw gevlochten worden. Ze staat het zonder een krimp toe. Ze mag een filmpje op de iPhone kijken, wat niet werkt omdat de iPhone geen bereik heeft. Ze klaagt niet. De moeder wil van haar weten wat ‘lieveheersbeest’ in het Frans is. Ze zegt het accentloos.

Dan legt de moeder haar uit wat ‘koppig’ betekent. ‘Iemand die precies doet wat ie zelf wil. Iemand als Sophie dus!’ De moeder vraagt of ze niet even ‘If you’re happy and you know it‘ in het gangpad kan zingen. Ze doet het, fonetisch en met de goede bewegingen erbij. En of ze niet even naar de deur kan rennen. En weg is ze al. Maar dan moet ze niet meteen te enthousiast doen hoor, niet zo hard gillen zegt de moeder.

‘En ga je wel een beetje lief doen tegen oma als we zo in Amsterdam zijn’, zegt de moeder. ‘Je doet al de hele morgen zo raar.’

Foto The Pug Father


By on 00:29

In de trein naar Tilburg kwamen er een vader en zijn dochter aan de andere kant van het gangpad te zitten. Vader midden 40, korte stekeltjes en casual huisvaderkleding. Mosgroenige broek, dito polo en dito jas. Het kan ook donker beige geweest zijn, maar in ieder geval niets uit-de-band-springends.

Dochter was een jaar of 13, zij droeg witte gympen met kleurtjes en een skinny jeans. Haar hoofd ging schuil in de capuchon van haar paarse trui, maar ik kon toch zien dat ze lang blond haar had, rond de 13 was en

mei 6, 2009
By on 22:51

In de trein naar Tilburg kwamen er een vader en zijn dochter aan de andere kant van het gangpad te zitten. Vader midden 40, korte stekeltjes en casual huisvaderkleding. Mosgroenige broek, dito polo en dito jas. Het kan ook donker beige geweest zijn, maar in ieder geval niets uit-de-band-springends.

Dochter was een jaar of 13, zij droeg witte gympen met kleurtjes en een skinny jeans. Haar hoofd ging schuil in de capuchon van haar paarse trui, maar ik kon toch zien dat ze lang blond haar had, rond de 13 was en


By on 21:51
Mister Bean

Melk_2In Leiden stapte ik over op de intercity naar Rotterdam. Het was rond half 7 ‘s avonds en daarom nogal druk. Je hebt dan niet meer de luxe dat je je tas op de stoel naast je kunt zetten. Die moet op schoot.
Ik was nog bezig goed te gaan zitten toen een man ‘mag ik hier zitten’ zei. Hij zei het, het was geen vragen.
Hij nam zo snel plaats op de stoel naast me dat hij op de mouw van mijn jas terecht kwam.

Ik vind het vervelend als mensen dat doen. Dat wildvreemden zo dicht op je zitten dat je niet anders kan dan hun dijbeen voelen vind ik al vervelend, maar als ze dan ook nog op mijn jas gaan zitten komen ze echt te dicht in m’n persoonlijke ruimte.

Ik sjorde mijn mouw onder hem vandaan. Hij gaf geen enkele sjoele, de man, hij zat. Qua kleding en kapsel deed hij me aan Mister Bean denken. Degelijk en saai.
Hij haalde meteen een zwarte map te voorschijn en nam er papieren uit. Hij begon te lezen en maakte aantekeningen.

Maar niet alleen aantekeningen. Om de zoveel zinnen maakte hij hardop opmerkingen als ‘oh oh’, ‘nee toch he’, ‘tsjonge jonge’. Het was niet heel luid, maar toch echt hardop.

Ik moest kijken wat er dan zo erg aan de zinnen was en wierp vanuit mijn ooghoek een blik op de papieren.
Er stonden tekens, geen zinnen. Ook wel letters, maar vermengd met getallen en andere tekens.
Ik geloof dat er dingen stonden zoals dit:

stylesheet
xmlns=”http://www.w3.org/1999/XSL/Transform”
version=”1.0″
template match=”/”
all-template name=”dispatch”/

Volgens mij zaten er wat meer tekens in, maar ik weet het niet meer want ik kon die taal niet lezen. De man wel, hij zag er van alles in en schudde om de zoveel regels zijn hoofd om het gepruts.

De trein reed Den Haag HS binnen. De papieren had hij weer in zijn map opgeborgen die nu op zijn knieën lag. ‘Zo, we zijn er’ zei hij zacht maar toch zeker hoorbaar voordat hij opstond.

Het zou zomaar kunnen dat zo’n man vrouw en kinderen heeft, maar in mijn hoofd had hij die niet.
In mijn hoofd ging hij naar huis waar hij een witte boterham met kaas zou maken. Hij zou een glas melk inschenken en daarmee zou hij aan een keukentafel met daarop een plastic tafelkleed gaan zitten.
Hij zou de papieren weer tevoorschijn halen en corrigeren, zachtjes ‘tsjonge jonge’ zeggend.

Foto: Astrid Walter

mei 2, 2009
By on 13:57
Mister Bean

Melk_2In Leiden stapte ik over op de intercity naar Rotterdam. Het was rond half 7 ‘s avonds en daarom nogal druk. Je hebt dan niet meer de luxe dat je je tas op de stoel naast je kunt zetten. Die moet op schoot.
Ik was nog bezig goed te gaan zitten toen een man ‘mag ik hier zitten’ zei. Hij zei het, het was geen vragen.
Hij nam zo snel plaats op de stoel naast me dat hij op de mouw van mijn jas terecht kwam.

Ik vind het vervelend als mensen dat doen. Dat wildvreemden zo dicht op je zitten dat je niet anders kan dan hun dijbeen voelen vind ik al vervelend, maar als ze dan ook nog op mijn jas gaan zitten komen ze echt te dicht in m’n persoonlijke ruimte.

Ik sjorde mijn mouw onder hem vandaan. Hij gaf geen enkele sjoele, de man, hij zat. Qua kleding en kapsel deed hij me aan Mister Bean denken. Degelijk en saai.
Hij haalde meteen een zwarte map te voorschijn en nam er papieren uit. Hij begon te lezen en maakte aantekeningen.

Maar niet alleen aantekeningen. Om de zoveel zinnen maakte hij hardop opmerkingen als ‘oh oh’, ‘nee toch he’, ‘tsjonge jonge’. Het was niet heel luid, maar toch echt hardop.

Ik moest kijken wat er dan zo erg aan de zinnen was en wierp vanuit mijn ooghoek een blik op de papieren.
Er stonden tekens, geen zinnen. Ook wel letters, maar vermengd met getallen en andere tekens.
Ik geloof dat er dingen stonden zoals dit:

stylesheet
xmlns=”http://www.w3.org/1999/XSL/Transform”
version=”1.0″
template match=”/”
all-template name=”dispatch”/

Volgens mij zaten er wat meer tekens in, maar ik weet het niet meer want ik kon die taal niet lezen. De man wel, hij zag er van alles in en schudde om de zoveel regels zijn hoofd om het gepruts.

De trein reed Den Haag HS binnen. De papieren had hij weer in zijn map opgeborgen die nu op zijn knieën lag. ‘Zo, we zijn er’ zei hij zacht maar toch zeker hoorbaar voordat hij opstond.

Het zou zomaar kunnen dat zo’n man vrouw en kinderen heeft, maar in mijn hoofd had hij die niet.
In mijn hoofd ging hij naar huis waar hij een witte boterham met kaas zou maken. Hij zou een glas melk inschenken en daarmee zou hij aan een keukentafel met daarop een plastic tafelkleed gaan zitten.
Hij zou de papieren weer tevoorschijn halen en corrigeren, zachtjes ‘tsjonge jonge’ zeggend.

Foto: Astrid Walter


By on 12:57
Op je sokken door het museum

Elixir3 (Dit blog verscheen eerder op Viva.nl, maar ik vond het ook NuNicole-waardig)

‘Ik ben naar Elixir in Boijmans geweest, dat was zo bijzonder dat ik er nog wel eens heen wil’, zei mijn vader. Of eigenlijk zei m’n moeder het, namens mijn vader. Ik besloot mee te gaan.

Eén ding dat bij het videokunst-project hoort, is dat je je schoenen moet uittrekken. Eigenlijk had ik in zulk ‘gedoe’ niet heel veel zin, maar ik dwong mezelf. Het had ook wel wat, want wanneer loop je nou op je sokken door een museum? Het had iets ontwapenends om iedereen op kousenvoeten te zien, in plaats van in Uggs, op kekke hakjes of stoere gympies.

De tentoonstellingsruimte zelf was net een slaapkamer. Een-en-al doorschijnend gordijn, het was er een beetje donker en op de grond lag zachte vloerbedekking. In één ruimte was videokunst te zien op een groot scherm aan het plafond. Het was, helemaal in slaapkamer stijl, de bedoeling dat je daar liggend op het hoogpolig tapijt met een kussen in je nek naar keek.

Met je hoofd dichtbij de sokken en pantykousjes van de andere museumbezoekers dus… Gelukkig kon ik het denken over het rare of onfrisse van de situatie snel uitschakelen en staarde ik gewoon omhoog.

Ik staarde naar bomen en gras, naar naakte vrouwen in die bomen die rode vruchten kapot trapten, of die in slow motion door een veld renden. Er waren caleidoscopische beelden van vingers en tepels, er was een bladerdak dat veranderde in fruit of iets dergelijks en er was een enorm knipperend oog. Ondertussen klonk een chill muziekje (ik gebruik die term niet graag, maar deze muziek was uitgesproken chill).

Ikzelf werd er ook ongelofelijk chill van. Na het (20-minuten lange) filmpje zweefde ik door de wapperende vitrage naar de andere ruimtes en filmpjes. Ik had inmiddels het idee alsof ik droomde. Of alsof ik stoned was. Alles en iedereen leek te zweven in water, geluiden kwamen gedempt binnen en de mensen waren niet meer dan vage schaduwen.

Ergens hing nog gigantische tak met daarin allemaal plastic frutsels die feeërieke reflecties achterlieten op de gordijnen. En in één ruimte had de kunstenaar, met de bijpassend absurde naam Pipilotti Rist, het slaapkamer effect wel heel letterlijk genomen: daar stonden bedden om de plafondkunst in te bekijken.

Dat was mij dan weer wat te overdreven. Toch verliet ik Elixir zo ultra zen, dat ik bijna op m’n sokken het museum wilde verlaten.

maart 22, 2009
By on 20:52
Op je sokken door het museum

Elixir3 (Dit blog verscheen eerder op Viva.nl, maar ik vond het ook NuNicole-waardig)

‘Ik ben naar Elixir in Boijmans geweest, dat was zo bijzonder dat ik er nog wel eens heen wil’, zei mijn vader. Of eigenlijk zei m’n moeder het, namens mijn vader. Ik besloot mee te gaan.

Eén ding dat bij het videokunst-project hoort, is dat je je schoenen moet uittrekken. Eigenlijk had ik in zulk ‘gedoe’ niet heel veel zin, maar ik dwong mezelf. Het had ook wel wat, want wanneer loop je nou op je sokken door een museum? Het had iets ontwapenends om iedereen op kousenvoeten te zien, in plaats van in Uggs, op kekke hakjes of stoere gympies.

De tentoonstellingsruimte zelf was net een slaapkamer. Een-en-al doorschijnend gordijn, het was er een beetje donker en op de grond lag zachte vloerbedekking. In één ruimte was videokunst te zien op een groot scherm aan het plafond. Het was, helemaal in slaapkamer stijl, de bedoeling dat je daar liggend op het hoogpolig tapijt met een kussen in je nek naar keek.

Met je hoofd dichtbij de sokken en pantykousjes van de andere museumbezoekers dus… Gelukkig kon ik het denken over het rare of onfrisse van de situatie snel uitschakelen en staarde ik gewoon omhoog.

Ik staarde naar bomen en gras, naar naakte vrouwen in die bomen die rode vruchten kapot trapten, of die in slow motion door een veld renden. Er waren caleidoscopische beelden van vingers en tepels, er was een bladerdak dat veranderde in fruit of iets dergelijks en er was een enorm knipperend oog. Ondertussen klonk een chill muziekje (ik gebruik die term niet graag, maar deze muziek was uitgesproken chill).

Ikzelf werd er ook ongelofelijk chill van. Na het (20-minuten lange) filmpje zweefde ik door de wapperende vitrage naar de andere ruimtes en filmpjes. Ik had inmiddels het idee alsof ik droomde. Of alsof ik stoned was. Alles en iedereen leek te zweven in water, geluiden kwamen gedempt binnen en de mensen waren niet meer dan vage schaduwen.

Ergens hing nog gigantische tak met daarin allemaal plastic frutsels die feeërieke reflecties achterlieten op de gordijnen. En in één ruimte had de kunstenaar, met de bijpassend absurde naam Pipilotti Rist, het slaapkamer effect wel heel letterlijk genomen: daar stonden bedden om de plafondkunst in te bekijken.

Dat was mij dan weer wat te overdreven. Toch verliet ik Elixir zo ultra zen, dat ik bijna op m’n sokken het museum wilde verlaten.


By on 19:52
Expeditie stoel

Redlight_2Ik werk dus op de Wallen sinds kort. Ik huur een tafel (nee, geen bed) in een pand aan de Oudezijdsvoorburgwal waar behalve mij nog 19 freelancers zitten. Schrijvers, journalisten, uitgevers, illustrators.

De andere Wallenburgers – vernoemd naar het pand – freelancen al jaren, sommigen al járen en járen, en ik geloof dat de meesten het voor geen goud (of lease bak) zouden verruilen voor een baan in vaste dienst.

Ik ben benieuwd of dat besmettelijk is…

Maar goed, ik had daar letterlijk alleen een tafel. Er moest een stoel komen (ja, die wel).
‘Ik heb een bureaustoel over, die mag je zo hebben’, zei vriendin M. die sinds kort in Amsterdam woont royaal. Daarmee bedoel ik dat haar aanbod royaal was, ze woont dan wel enorm leuk maar juist níet onmetelijk royaal. Daarom wilde ze die stoel ook kwijt.

Er deed geen auto aan het verhuisspel mee, dus brachten we hem met het OV en lopend, van haar huis naar mijn werkplek.
‘Mag deze mee?’ vroegen we aan de buschauffeur die de kant op ging die wij ook op wilden. Hij keek naar de bureaustoel buiten zijn bus alsof het E.T. met oorwarmers op was.
‘Via de achteringang’, zei ie.
Ik geloof dat de stoel zich een beetje opgelaten voelde, in een stadsbus en op het terrein van de rolstoelers en de kinderwagens.

Maar het werd nog veel erger voor hem. De stoel dragen was te zwaar en met het OV konden we niet dichterbij komen. Dus rolden we hem, over de kinderkopjes, de klinkers en de scheve stoeptegels. Over het Damrak, de Warmoesstraat, om de Oude kerk heen.
We slalomden hem tussen kuddes toeristen door, we loosden hem om de hoerenlopers en drugsdealers heen, we rolden hem langs dames achter roodomrande ramen.

In tegenstelling tot de buschauffeur bekeken deze dames de stoel juist alsof het een parmantig poedeltje met rode strikjes aan zijn halsband was.
Ik zag dat hij vooral daarvan echt heel verlegen werd, maar hij rolde zich kranig. Zijn wieltjes waren niet eens versleten toen hij op de Wallenburg aankwam.

Foto: Etherhill

PS ik zal hier de komende tijd waarschijnlijk weer even wat minder komen, vooral omdat ik nu ook blog voor Viva.nl. Ik heb er een knop met mijn naam :) Stukjes die ik anders hier had getikt, verschijnen nu daar. En meer zelfs, want daar komen ook blogs van me die hier anders nooit waren verschenen.
Je weet waar je moet zijn als je wilt weten wat dat dan voor stukjes zijn.

maart 3, 2009
By on 23:24
Expeditie stoel

Redlight_2Ik werk dus op de Wallen sinds kort. Ik huur een tafel (nee, geen bed) in een pand aan de Oudezijdsvoorburgwal waar behalve mij nog 19 freelancers zitten. Schrijvers, journalisten, uitgevers, illustrators.

De andere Wallenburgers – vernoemd naar het pand – freelancen al jaren, sommigen al járen en járen, en ik geloof dat de meesten het voor geen goud (of lease bak) zouden verruilen voor een baan in vaste dienst.

Ik ben benieuwd of dat besmettelijk is…

Maar goed, ik had daar letterlijk alleen een tafel. Er moest een stoel komen (ja, die wel).
‘Ik heb een bureaustoel over, die mag je zo hebben’, zei vriendin M. die sinds kort in Amsterdam woont royaal. Daarmee bedoel ik dat haar aanbod royaal was, ze woont dan wel enorm leuk maar juist níet onmetelijk royaal. Daarom wilde ze die stoel ook kwijt.

Er deed geen auto aan het verhuisspel mee, dus brachten we hem met het OV en lopend, van haar huis naar mijn werkplek.
‘Mag deze mee?’ vroegen we aan de buschauffeur die de kant op ging die wij ook op wilden. Hij keek naar de bureaustoel buiten zijn bus alsof het E.T. met oorwarmers op was.
‘Via de achteringang’, zei ie.
Ik geloof dat de stoel zich een beetje opgelaten voelde, in een stadsbus en op het terrein van de rolstoelers en de kinderwagens.

Maar het werd nog veel erger voor hem. De stoel dragen was te zwaar en met het OV konden we niet dichterbij komen. Dus rolden we hem, over de kinderkopjes, de klinkers en de scheve stoeptegels. Over het Damrak, de Warmoesstraat, om de Oude kerk heen.
We slalomden hem tussen kuddes toeristen door, we loosden hem om de hoerenlopers en drugsdealers heen, we rolden hem langs dames achter roodomrande ramen.

In tegenstelling tot de buschauffeur bekeken deze dames de stoel juist alsof het een parmantig poedeltje met rode strikjes aan zijn halsband was.
Ik zag dat hij vooral daarvan echt heel verlegen werd, maar hij rolde zich kranig. Zijn wieltjes waren niet eens versleten toen hij op de Wallenburg aankwam.

Foto: Etherhill

PS ik zal hier de komende tijd waarschijnlijk weer even wat minder komen, vooral omdat ik nu ook blog voor Viva.nl. Ik heb er een knop met mijn naam :) Stukjes die ik anders hier had getikt, verschijnen nu daar. En meer zelfs, want daar komen ook blogs van me die hier anders nooit waren verschenen.
Je weet waar je moet zijn als je wilt weten wat dat dan voor stukjes zijn.


By on 22:24