Mister Bean
In Leiden stapte ik over op de intercity naar Rotterdam. Het was rond half 7 ‘s avonds en daarom nogal druk. Je hebt dan niet meer de luxe dat je je tas op de stoel naast je kunt zetten. Die moet op schoot.
Ik was nog bezig goed te gaan zitten toen een man ‘mag ik hier zitten’ zei. Hij zei het, het was geen vragen.
Hij nam zo snel plaats op de stoel naast me dat hij op de mouw van mijn jas terecht kwam.
Ik vind het vervelend als mensen dat doen. Dat wildvreemden zo dicht op je zitten dat je niet anders kan dan hun dijbeen voelen vind ik al vervelend, maar als ze dan ook nog op mijn jas gaan zitten komen ze echt te dicht in m’n persoonlijke ruimte.
Ik sjorde mijn mouw onder hem vandaan. Hij gaf geen enkele sjoele, de man, hij zat. Qua kleding en kapsel deed hij me aan Mister Bean denken. Degelijk en saai.
Hij haalde meteen een zwarte map te voorschijn en nam er papieren uit. Hij begon te lezen en maakte aantekeningen.
Maar niet alleen aantekeningen. Om de zoveel zinnen maakte hij hardop opmerkingen als ‘oh oh’, ‘nee toch he’, ‘tsjonge jonge’. Het was niet heel luid, maar toch echt hardop.
Ik moest kijken wat er dan zo erg aan de zinnen was en wierp vanuit mijn ooghoek een blik op de papieren.
Er stonden tekens, geen zinnen. Ook wel letters, maar vermengd met getallen en andere tekens.
Ik geloof dat er dingen stonden zoals dit:
stylesheet
xmlns=”http://www.w3.org/1999/XSL/Transform”
version=”1.0″
template match=”/”
all-template name=”dispatch”/
Volgens mij zaten er wat meer tekens in, maar ik weet het niet meer want ik kon die taal niet lezen. De man wel, hij zag er van alles in en schudde om de zoveel regels zijn hoofd om het gepruts.
De trein reed Den Haag HS binnen. De papieren had hij weer in zijn map opgeborgen die nu op zijn knieĆ«n lag. ‘Zo, we zijn er’ zei hij zacht maar toch zeker hoorbaar voordat hij opstond.
Het zou zomaar kunnen dat zo’n man vrouw en kinderen heeft, maar in mijn hoofd had hij die niet.
In mijn hoofd ging hij naar huis waar hij een witte boterham met kaas zou maken. Hij zou een glas melk inschenken en daarmee zou hij aan een keukentafel met daarop een plastic tafelkleed gaan zitten.
Hij zou de papieren weer tevoorschijn halen en corrigeren, zachtjes ‘tsjonge jonge’ zeggend.
Foto: Astrid Walter
